Herman Hümmels
Home

Partij voor de Toekomst

Sinds ik mij concentreer op het schrijven, is mijn belangstelling voor de politiek gegroeid. Dit was onvermijdelijk, omdat ik schrijf vanuit mijn verbazing over hoe de wereld in elkaar zit, waarom mensen met zichzelf en met hun omgeving omgaan zoals ze doen. Dit alles is uiteraard gekleurd door ‘hoe ik in elkaar zit’ en wat ik meegemaakt hebt. Van de politiek heb ik me altijd afzijdig gehouden, dacht ik. Het enige wat ik om principiële redenen deed was zo af en toe stemmen. Mijn a-politiek zijn had vooral te maken met mijn afkeer voor de machtsspelletjes.
Mijn eerste confrontatie met macht was onbewust, doordat ik in de oorlog geboren ben en daar nog vage herinneringen aan heb. Later, op de lagere school, moest ik me handhaven tussen fysiek sterkere leeftijdsgenoten. ‘Macht’, als begrip en als verschijnsel werd voor mij pas duidelijk toen ik docent werd op de sociale academie De Horst in Driebergen. In de Canon Sociaal werk ( https://www.canonsociaalwerk.eu/nl/index.php ) lees ik over de uitbouw van de beroepsopleidingen (1968):

In de jaren zestig en zeventig groeide De Horst uit tot het symbool van het progressieve welzijnswerk, zoals dat uit de tijdgeest van de roerige jaren zestig voortkwam. (...) Aangevuurd door docenten als Piet Reckman (sociale actie), Bert ter Schegget (theologie van de revolutie) en Pier van Gorkum (medezeggenschap) werd De Horst een democratisch laboratorium waarin studenten en docenten samen de dienst uitmaken. De opleiding wordt het toonbeeld van geëngageerd en maatschappijkritisch welzijnswerk, met vertakkingen naar nieuwe werksoorten als verslavingszorg, Release en JAC, straathoekwerk, buurtopbouwwerk, vormingswerk werkende jongeren en bedrijvenwerk.

Wat ik me nog herinner was bijvoorbeeld dat ik tijdens de sollicitatie-procedure in een zaal vol studenten op een podium geplaatst werd en iets over mezelf moest vertellen. Ik weet niet meer wat ik gezegd heb, maar werd wel aangenomen. Ik was maatschappelijk werker, ik was geïnteresseerd in de democratiseringsprocessen die gaande waren, maar had totaal geen actiementaliteit. Dat was anders bij een aantal collega’s. Daar ontdekte ik voor het eerst hoe democratie ook kan uitwerken. Op plenaire vergaderingen werd de dienst uitgemaak door een paar halfgoden waar de rest achteraanliep. Afwijkende meningen werden niet geaccepteerd. Macht werd realiteit. De doodzonde die de tegenstander praktiseerde (repressieve tolerantie), was ook in eigen gelederen het doorslaggevende gereedschap. Het was niet wat ik onder democratie verstond. Gelijksoortige verschijnselen zie op dit moment wereldwijd, er lopen weer halfgoden rond: Trump, Poetin, Xi Jinping, Erdoğan, Orbán…

Daaraan moest ik denken toen ik in de tv-uitzending ‘Buitenhof’ hoorde vertellen over de trubbels in de ouderenpartij 50+. Ik heb nog steeds zoiets dat al dat gedoe in de politieke partijen een ‘ver van mijn bed show’ is, en dat wil ik graag zo houden. Dit neemt niet weg dat ik me wel een idee gevormd heb over politiek, en de betekenis ervan voor iedereen. Ik ben er, zoals met bijna alles waarover ik schrijf, op een modelmatige (abstracte) manier mee bezig. Mijn aversie tegen het gebruik van macht neemt niet weg dat ik het een interessant verschijnsel vind. Ik zie wel in dat op macroniveau het gebruik van macht (handhaving) nodig is om een menswaardige ordening in stand te houden. Maar dat is macht op institutioneel niveau. Dit is iets anders dan wanneer individuen met elkaar in gevecht gaan of als iemand zijn zin wil doordrijven. Het lijkt erop dat sommige mensen ‘het-de-dienst-uitmaken’ het hoogste goed vinden dat ze in hun leven kunnen bereiken.

Op de vraag aan Henk Krol in een ander tv-programma, wat hij misschien zelf fout had gedaan, kwam het antwoord: “Ik had vaker met de vuist op tafel moeten slaan”.
Ik weet het niet: moet je kwaad met kwaad bestrijden? Ik heb het vaker gezegd: democratie staat voor de uitdaging om het bovendrijven van machtswellustelingen te voorkomen. Hoe krijg je dat voor elkaar?
Dat iedereen geniet van macht, daar ben ik van overtuigd: het is gewoon de behoefte om ‘controle te kunnen uitoefenen’, controle over wat jij belangrijk vindt, op een manier zoals jij denkt dat het ‘t beste is voor jou en je naasten. Niets is erger dan ‘de zaak niet meer in handen hebben’. Probleem is dat dit ten koste kan gaan van anderen. En daardoor ontstaat een probleem op macroniveau, want op dat niveau is ongelijkheid het gevolg als macht zijn kans krijgt. Democratie gaat juist over de gelijkheid van iedereen (voor de wet, voor overheidsmaatregelen). Macht bevordert ongelijkheid.

Ik ben geen voorstander van ‘one-issue’-partijen, zoals 50+ of de Partij voor de Dieren. Een politieke partij behoort volgens mij over elk issue dat in de Tweede Kamer aan de orde komt een weloverwogen mening te hebben. De nieuwe partij, waarbij Henk Krol en Femke van Kooten de initiatiefnemers zijn, wil zich opwerpen voor de kwetsbaren in de samenleving. Ik heb een gruwelijke hekel aan het woord ‘kwetsbaren’, dat klinkt mij te denigrerend. Net als spreken over ‘de zwakkeren in de samenleving’. Hoezo zwak? Het gaat vaak om stevige en moedige mensen. Ze hebben andere kwaliteiten, en sommige misschien niet, waardoor ze niet kunnen meekomen in de op prestatie gerichte westerse maatschappij. Zwakken en kwetsbaren hebben de pech dat anderen meer geluk hebben.
Kwetsbaar klinkt als al bijna gekwetst zijn, klinkt als slachtoffer zijn, als niet volwaardig zijn. Zwak wil zeggen: niet sterk genoeg. Jammer dan. Dit klinkt neoliberaal. Dat het ‘zwak’-zijn aan het systeem kan liggen waarin ze moeten functioneren wordt daarmee verdoezeld. Het is een foute framing, een foute discriminatie.
Nu weet ik wel dat er mensen zijn die buiten de bandbreedte van ‘het juiste gedrag’ vallen. Dat moet benoemd worden om er iets aan te kunnen doen. Criminelen bijvoorbeeld. Maar ook hier is het goed om tussen goed en fout te discrimineren. Criminelen tonen fout gedrag en plaatsen zichzelf daarmee buiten de bandbreedte. Iemand die lichamelijk of geestelijk gehandicapt is kan er niets aan doen. Hij moet omarmd worden, ontarmd, ontfermd. Het is beter ze macroscopisch tot de categorie ‘armen’ te rekenen. Dan is het een systeemfout als ze buiten de gangbare kaders geplaatst worden. Een goed systeem is een maatschappij waarin iedereen in zijn of haar basisbehoeften kan voorzien. Pas dan leven we in een menswaardige maatschappij. Daar zou een politieke partij zich voor moeten inzetten. Zal de Partij voor de Toekomst zo’n partij worden?

Als ik naga wat ik in mijn boeken beschreven heb moet ik eerlijk bekennen dat een partij die het meest overeenkomt met wat ik als ideaal zie, ook lijkt op een one-issue-partij. Mijn ideaal is een partij die opkomt voor mensen in nood. Dit is een ‘one-issue’, een specifiek belang. Het zou moeten gaan om het verhelpen van de tekorten van en in de maatschappij, niet om de belangen van mensen. Het moet in de politiek gaan om zaken op het macroniveau, ten behoeve van het microniveau (zie mijn boek: ‘Menswaardige maatschappij’). Het zou in een maatschappij moeten gaan om het verschaffen van nood-zaken, om het kunnen bevredigen van basisbehoeften door iedereen.
Mijn Gulden Regel begint met: “Respecteer en ondersteun de basisbehoeften van anderen…”. Dit lijkt één belang: one issue. Het lijkt zo, maar dat is het niet: het respecteren en ondersteunen van de basisbehoeften van anderen is in het belang van iedereen. Dit principe wordt door het neoliberalisme met de voeten getreden: zij zetten zich alleen in voor de rijken. Het is een uitgangspunt van een goede bandbreedtemaatschappij om bij uitwerking van de Gulden Regel niet alleen in het belang te handelen van enkele mensen of van een groepering, zoals dit bij het neoliberalisme het geval is, en niet alleen in het belang van jezelf en de mensen om je heen, maar ook in het belang van toekomstige generaties en van de natuur-in-zijn-algemeen.

Een week na de uitzending van Buitenhof kondigde Henk Krol een nieuwe partij aan: de Partij voor de Toekomst (PvdT). Meteen de volgende dag verschenen er allerlei zure berichten van mensen die alles bij het oude willen houden: “dit zal ook wel weer niet lukken…”.
De initiatiefnemers zijn twee ervaren kamerleden. Op hun website staat een beginselprogramma. De eerste regel luidt: “Respectvol omgaan met mensen, dieren, natuur, milieu en klimaat.” Respect staat kennelijk centraal. Klinkt aantrekkelijk. Zo begint ook mijn Gulden Regel. De eerste regel van het beginselprogramma klinkt niet als een ‘one issue’.

Er zijn nóg een paar zaken die me in de nieuwe partij aanspreken: zo is er het punt van de directe democratie. Eindelijk een partij die vooruitkijkt en niet achteruit. Eindelijk een partij die de moderne technologie omarmt om de democratie te verbeteren. Althans, dat is wat er beloofd wordt. Ze willen beginnen met de invloed van alle leden. Niet het gekonkel in zaaltjes zoals dat op De Horst het geval was, of in de achterkamertjes van de andere partijen, die dat doen ook al zeggen ze ertegen te zijn. Moderne technologie maakt transparantie van besluitvorming mogelijk, op basis van openbare discussies waaraan iedereen kan deelnemen. Besluitvorming kan onderbouwd worden door echt draagvlak: het tellen van het aantal meningen van de leden. Dit is met moderne technieken makkelijk te regelen, ook in een anderhalve-meter-maatschappij.

Home   Voor reacties: Prikbord Maatschappijvisie