Herman Hümmels
Home

Eerste idee

Als ik aan geld denk, dan denk ik op de eerste plaats aan iets dat ik in mijn portemonnee kan stoppen. Dat heeft met mijn leeftijd te maken. Jongere mensen zullen wellicht aan hun bankpasje denken. In beide gevallen gaat het om iets dat statisch is, aan iets dat je vast kunt pakken. Dat statische treft je ook aan bij mijn idee over economische theorieën. Nu is, wat ik van de economie weet, niet erg veel. En omdat ik mijn leven lang al geïnteresseerd ben in het verschijnsel armoede en daar meer Stukjes over wil schrijven, voel ik mij genoodzaakt om mijn kennis bij te spijkeren. Dat doe ik op mijn manier: door er eerst zelf over na te denken.

In een economieboekje lees ik dat geld een afspraak is en drie functies heeft: a. het is een ruilmiddel, b. een rekeneenheid en c. een spaarmiddel. Kennelijk heb ik meer in mijn hand als ik een euro vastpak dan een stukje metaal. Ik heb iets in mijn hand dat in de omgang met andere mensen een bijzondere betekenis heeft, Vandaar kennelijk dat economen er anders tegenaan kijken dan ik. Overigens is die euro voor mij ook niet een willekeurig stukje metaal. Ik weet dat ik er iets voor kan kopen, en ik weet dat ik het naar de bank kan brengen waardoor het even later mijn bankrekening met een euro verhoogd is. Maar wat is geld nu eigenlijk?

Dat ik er iets voor kan kopen (ruilen) wil zeggen dat die euro voor mij een bepaalde waarde heeft. Ook al doe ik er nu niets mee, ik kan er later iets mee doen wat anders niet het geval zou zijn geweest. Het is ‘potentie’. Veel geld hebben wil zeggen dat ik later veel dingen kan kopen. Dat kan omdat wij als burger afgesproken hebben dat een euro een bepaalde waarde heeft en als ruilmiddel gebruikt kan worden. Bovendien kan alles wat een economische waarde heeft in euro’s uitgedrukt worden. Daarmee is de euro een standaard, een norm die gebruikt kan worden bij onderhandelingen.

Dat aan geld een afspraak gekoppeld is over de waarde waardoor je het voor iets anders kunt ruilen en dat het gespaard (bewaard) kan worden, dat begrijp ik wel, maar dat er ook mee gerekend kan worden begrijp ik niet. Rekenen doe je met getallen. Schulden en tegoeden kunnen vereffend worden, ze kunnen vermeerderen of verminderen, maar niet opgeteld of afgetrokken worden. Wat wel mogelijk is, is een schuld in een getal uit de drukken. Dat kan ook met tegoeden, of met waarden of winsten. We hebben dan wel een standaard nodig.
Een standaard is een algemeen geaccepteerde afspraak over maatvoering. Zoals de meter een lengtestandaard is, is de euro een waardestandaard. Probleem is dat een lengte een natuurkundige standaard is die afgeleid is van een onveranderbare natuurlijke grootheid (golflengte van oranje licht). De waarde van economische goederen is echter van een andere ordening. Daar is geen vaste afleidingsprocedure voor vast te stellen, omdat die waarde een subjectieve en geen natuurkundige basis heeft. De economische standaard, de waarde van verkoopbare zaken, komt tot stand via onderhandelen. In het ruilproces bepalen we in principe keer op keer wat iets ons waard is, anders kopen of verkopen we het niet. In de praktijk betekent dit dat de standaard in het hoofd van mensen zit en tot stand komt door het meemaken van ‘handelsmomenten’. Door regelmatig betalen ontstaat een begrip van de prijs-standaard. We zagen dit bij de overgang van de gulden in de euro: het duurde even voordat we de waarde van de eurostandaard in ons hoofd hadden.
Een gulden en een euro kun je beschouwen als waarde-eenheden. Met die eenheden kun je wèl rekenen: 2 eenheden plus 2 eenheden vormen samen 4 eenheden. Die 4 stelt dan een hoeveelheid voor, of meters, of euro’s… Geld kun je niet vermenigvuldigen, je kunt het wel vermeerderen. Je kunt het tellen, maar je kunt er niet mee rekenen. Er is altijd maar een bepaalde hoeveelheid in omloop.
Wat in de economie ‘rekenen’ wordt genoemd is in feite ‘vergelijken’. Je kunt, door gebruik te maken van een standaard, de prijs van producten onderling vergelijken. Geld is een vergelijker, een prijsvergelijker, een eenheid van ruilwaarde, van economische waarde.

Het is wel begrijpelijk dat economen willen doen voorkomen dat geld gezien kan worden als een rekeneenheid. Dat geeft dan de suggestie van de exactheid die in wetenschappelijke kringen nagestreefd wordt. Het gaat hier echter om een schijnexactheid omdat economie een gedragswetenschap is. Het gaat om menselijke handelingen: kopen en verkopen. Het gaat om transacties, om processen. Het uitschakelen van de tijd, zodat bepaalde zaken in formules kunnen worden uitgedrukt en zodat je ermee kunt rekenen, gaat voorbij aan het feit dat kopen en verkopen gebonden is aan allerlei fluctuerende grootheden en omstandigheden, en aan wisselende individuele en culturele voorkeuren, waardoor een economische waarde nooit een vaste waarde kan zijn. Wat ik vandaag voor iets over heb kan morgen anders zijn.

Die andere functie van geld, de spaarfunctie, is bedoeld om na verloop van tijd de waarde ervan te kunnen inzetten (ruilen) voor iets anders. De waarde van de euro’s zal dan meer of minder zijn. De waarde van geld verandert voortdurend. De 4 euro heeft een andere waarde gekregen. Die fluctuatie is van ‘iets’ afhankelijk, ze wordt door iets veroorzaakt. Waardoor? Dit is in tegenspraak met de bedoeling van geld: een waarde bewaren (sparen, beschermen). Dit is voor mij de fundamentele functie van geld: het later kunnen inruilen voor iets anders. Dit maakt het gebruik van geld zinvol, als je nu geen behoefte hebt om het te ruilen, kun je het later doen. Geld is een vermogen, een mogelijkheid, een potentie. Bovendien is het gebruik van geld makkelijk: zonder geld moet je voor iets dat je wilt verkopen iemand vinden met iets waaraan jij behoefte hebt. Met geld als universeel ruilmiddel is dat stukken makkelijker.

Geld is een universeel ruilmiddel omdat de waarde niet gekoppeld is aan een specifiek goed of dienst. We moeten daarbij bedenken dat zo’n goed of dienst (product) dient om een behoefte te bevredigen. Geld is daarmee een uitgestelde behoeftebevrediger. Je hebt iets verkocht, bijvoorbeeld arbeidskracht. Je krijgt daarvoor geen brood of melk of een andere behoeftebevrediger voor terug, maar een salaris (geld). Dit kun je later gebruiken om te kopen waaraan je op dat moment behoefte hebt. Geld is daarmee een uitgesteld ruilmiddel.

De standaard economische waarde wordt voortdurend opnieuw vastgesteld, van oorsprong op markten: plekken waar kopers en verkopers bij elkaar kwamen. De economische waarde komt tot stand door middel van onderhandelen, de prijs is afhankelijk van de schaarste. Als van iets weinig is en er zijn veel potentiële kopers, dan drijft dit de prijs omhoog. De prijs wordt vooral bepaald door concurrentie. Ontbreekt die concurrentie, dan wordt de schaarste soms kunstmatig hoog gehouden (olie) of neemt, zoals bij kunstwerken, voetballers of medicijnen, soms exorbitante proporties aan.

In de economie, de dagelijkse behoeftevoorziening (huishouding), is de flucturerende standaardwaarde afhankelijk van hoeveelheden: de hoeveelheid beschikbaar geld, de hoeveelheid beschikbare producten (schaarste). De standaardwaarde van een bepaald soort geld (muntsoort) wordt bepaald door het evenwicht tussen de waardebepalingen van kopers en verkopers. Een bepaald product heeft een bepaalde waarde, uitgedrukt in een hoeveelheid geld, door de overeenstemming die koper en verkoper bereiken in een onderhandelingsproces. De overeengekomen hoeveelheid wordt ‘de prijs’ genoemd.

Een prijs kan redelijk of onredelijk zijn. Dit komt doordat de prijs afhankelijk is van behoeften. Als je drie dagen niet gegeten hebt ben je bereid om meer te betalen voor een brood dan wanneer je zojuist een corpuleuse maaltijd achter de kiezen hebt. En meer algemeen: als er meer kopers zijn dan er van een produkt beschikbaar is, dan bevindt de eigenaar van zo’n product zich in een machtspositie. Hij kan misbruik maken van zijn positie door een exorbitant hoge prijs te vragen.

Voorlopige conclusie: de economische waarde is onderdeel van een dynamisch proces, de waarde van geld als smeermiddel van de economie is afhankelijk van allerlei (maatschappelijke) processen die zich afspelen tussen mensen.

Home   Voor reacties: Prikbord Economie